Achtergestelde lening en faillissement

Wanneer een onderneming in zwaar weer verkeert, is het aanvragen van een (achtergestelde) lening vaak een van de laatste middelen waarmee men probeert het tij te keren. Dit wil uiteraard niet zeggen dat iedere onderneming die een (achtergestelde) lening afsluit, binnen de kortste keren failliet gaat: de lening dient immers om de zware tijden te overbruggen en een dreigend faillissement af te wenden. Toch is het belangrijk dat je weet wat er met een achtergestelde lening gebeurt na een faillissement.

Van florerend naar failliet

Wanneer een schuldenaar minstens twee schuldeisers heeft en is opgehouden te betalen, kan een faillissement worden uitgesproken. Het faillissement kan worden aangevraagd door de schuldenaar zelf, maar ook door de schuldeisers of het Openbaar Ministerie. Ook de rechtbank zelf kan een aanzet geven tot een faillissement, namelijk door intrekking van het uitstel van betaling. Spreekt de rechtbank het faillissement uit, dan wordt vervolgens een curator aangewezen. De curator is belast met de liquidatie van de failliete boedel: deze dient te worden omgezet in (het liefst zoveel mogelijk) geld. Na aftrek van het salaris van de curator en alle overige faillissementskosten, wordt het resterende vermogen verdeeld onder de schuldeisers. Voor deze verdeling gelden wettelijke regels. Wat betekent dit voor de combinatie ‘achtergestelde lening en faillissement’?

Van preferent tot achtergesteld: iedereen wil geld

In wat is een achtergestelde lening heb je kunnen lezen dat de verdeling na een faillissement volgens wettelijke regels verloopt: eerst komen de boedelschuldeisers aan bod, vervolgens de preferente schuldeisers, daarna de concurrente schuldeisers, en helemaal aan het eind van de rit bungelen de achtergestelde schuldeisers. Deze komen dus pas in aanmerking voor enige terugbetaling, wanneer alle eerdere categorieën hun vorderingen ingelost hebben gezien. Dit betekent dat eerst de Belastingdienst, het UWV, het waterschap, het waterschap, het elektriciteitsbedrijf, de verhuurder én alle leveranciers  betaald moeten worden uit het vermogen van de gefailleerde, voordat de achtergestelde schuldeisers ook maar enige aanspraak mogen maken. Met deze wetenschap in gedachten zal het geen verrassing zijn dat de achtergestelde schuldeisers na een faillissement meestal met lege handen achterblijven. Zij zijn overigens niet de enigen: slechts in 30% van de faillissementen zien het UWV en de Belastingdienst (twee preferente schuldeisers) hun vordering geheel of gedeeltelijk betaald worden. De gewone schuldeisers zien hun geld slechts in 3 tot 8% van de gevallen geheel of gedeeltelijk retour.  Overweeg je om garant te staan voor een achtergestelde lening, dan is dit gegeven dus zeker iets om rekening mee te houden.